Blogs

55 jaar bewegen: van “even energie kwijt” naar onmisbare basis voor ontwikkeling

26 mei 2026

Herinner je je dit nog uit je jeugd? Je ging gewoon naar buiten. Lekker rennen, klimmen, vallen, opstaan en doorgaan. Voor kinderen is bewegen vanzelfsprekend, het zit in hun natuur en hoort bij opgroeien. Hoe wij als volwassenen naar bewegen kijken, dát is echter door de jaren heen flink veranderd.

Ter ere van ons 55-jarig bestaan kijken we terug op hoe ons denken over bewegen is veranderd. Waar het vroeger vooral werd gezien als een manier om energie kwijt te raken, weten we nu dat het een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van kinderen.

Toen: bewegen om moe te worden
Tot zo’n 55 jaar geleden werd bewegen vooral praktisch bekeken. Kinderen moesten bewegen om hun energie kwijt te raken en om fysiek sterk te worden. Leren? Dat gebeurde binnen. Aan tafel. Stil. Met papier en potlood. Bewegen en leren waren twee totaal verschillende werelden.

Pedagogen zagen al vroeg iets anders
Toch waren er aan het begin van de vorige eeuw al pedagogen die dat anders zagen. Denk aan Montessori, Fröbel en Dewey. Zij zagen iets wat we nu nog steeds herkennen: kinderen leren door te doen, door te ervaren, door te bewegen. Spel was volgens hen geen ‘tijdverdrijf’, maar een manier waarop kinderen de wereld ontdekken.

Niet veel later liet Emmi Pikler iets belangrijks zien. Zij ontdekte dat vrij bewegen, dus zonder dat volwassenen steeds ingrijpen, kinderen helpt om zelfvertrouwen op te bouwen. Een kind dat zelf ontdekt wat zijn lichaam kan, voelt zich sterker, veiliger en ontwikkelt zich in zijn eigen tempo.

Deze bevindingen zijn vandaag de dag nog steeds actueel.

De jaren zeventig: kijken naar het hele kind
In de jaren zeventig veranderde het beeld opnieuw. Kinderen werden niet langer gezien als losse stukjes, maar als één geheel. Hun lichaam, gevoelens en denken horen bij elkaar.

In Nederland speelde pedagoog Langeveld hierin een belangrijke rol. Hij beschreef bewegen als iets veel groters dan alleen lichamelijke activiteit. Door te bewegen ontdekken kinderen de wereld, leren ze zichzelf kennen en verwerken ze emoties. Bewegen kreeg daarmee een diepere betekenis.

Bewegen doet meer dan je denkt
Bewegen draagt direct bij aan de ontwikkeling van het brein. Door te bewegen worden verbindingen in de hersenen versterkt, waardoor kinderen beter leren, zich beter kunnen concentreren en nieuwe vaardigheden ontwikkelen.

Maar dat is niet alles. Tijdens bewegen leren kinderen ook samen spelen, hun grenzen aanvoelen en aangeven, wachten op hun beurt en omgaan met winnen en verliezen. Bewegen ondersteunt dus niet alleen het leren, maar ook de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Voor sommige kinderen, bijvoorbeeld kinderen die spanning of stress ervaren, is bewegen zelfs extra belangrijk. Het helpt hen om spanning los te laten en weer in balans te komen.

Bewegen is geen extra activiteit, maar een basisvoorwaarde voor gezonde ontwikkeling.

Geen extraatje, maar basis
Sinds ongeveer het jaar 2000 weten we het eigenlijk zeker: bewegen is geen extra activiteit, maar een basisvoorwaarde voor gezonde ontwikkeling. Waar we vroeger dachten: “Ga maar even rennen, dan raak je je energie kwijt” weten we nu: bewegen is onmisbaar voor de groei en ontwikkeling van kinderen.

Wat betekent dat vandaag de dag?
Bewegen heeft bij ons een vaste plek in de dag. Niet als extra activiteit, maar als vanzelfsprekend onderdeel van de dag. We creëren ruimte voor vrij spel, beweegactiviteiten binnen en buiten en korte beweegmomenten tussendoor. Zodat kinderen kunnen ontdekken, proberen, vallen en weer opstaan; precies zoals het hoort.

En thuis? Zo kun je beweging eenvoudig stimuleren
Je hoeft geen moeilijke dingen te doen, het zit vaak in kleine dingen:

  • Ga samen naar buiten; een ‘blokje om’ wandelen of fietsen is al genoeg
  • Maak bewegen onderdeel van de dag, zoals even springen of dansen
  • Geef je kind ruimte om zelf te ontdekken
  • Beweeg samen; kinderen doen graag mee
  • Onthoud: korte beweegmomenten zijn net zo waardevol

Samen laten we kinderen groeien
Elke keer dat je kind beweegt, thuis of op de opvang, groeit het een beetje. Niet alleen in spierkracht, maar ook in zelfvertrouwen, zelfstandigheid en veerkracht. Dus als je kind door de kamer danst, rondjes rent of in een boom klimt, dan ontwikkelt het zich spelenderwijs.

Expert aan het woord

Irene Wajon Pedagoog

Gerelateerde artikelen