AD: 'Crèche is goed voor peuters uit AZC'

Jonge vluchtelingenkinderen in asielzoekerscentra moeten naar de peuterspeelzaal kunnen om leerachterstanden te voorkomen. Dat vinden de brancheorganisaties van basisscholen en peuterspeelzalen. Gemeenten stribbelen tegen.

 

In de asielzoekerscentra zitten zeker 2500 kinderen jonger dan 4 jaar. Ze wachten met hun ouders op een verblijfsvergunning en wonen vaak langer dan 1 jaar in een azc. Voor kinderen vanaf 4 jaar wordt hard gewerkt om ze zo snel mogelijk op een basisschool te krijgen. De kleintjes moeten het echter meestal doen met een lokaal waar ze af en toe eventjes mogen spelen. ,,Dat is een gemiste kans,'' reageert woordvoerder Ad Veen van de PO Raad (vertegenwoordiger van basisscholen).

Als de peuters eenmaal 4 jaar zijn, komen ze met een grote achterstand op de basisschool en zijn taallessen onnodig duurder. Dat betogen de MOgroep (brancheorganisatie van peuterspeelzalen) en PO Raad. Veen: ,,Jonge kinderen leren op deze leeftijd door samen te spelen, ook dat draagt bij aan een goede ontwikkeling van deze kinderen.''

Uit een studie van onderzoeks- en adviesbureau Sardes blijkt dat peuters slechts in een derde van de azc's naar een educatieve opvang kunnen. Op andere locaties heeft het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) alleen een speelruimte ingericht. Daar kunnen ze een paar uur per week spelen en meedoen met recreatieve activiteiten. ,,We doen er zo veel mogelijk aan om iets voor peuters te doen, maar peuterspeelzalen zijn gemeentelijke aangelegenheden,'' aldus woordvoerder Caroline van Dullemen.

 

Gemeenten moeten de opvang van asielzoekerspeuters betalen van het geld dat ze krijgen voor het wegwerken van onderwijsachterstanden. Juist vluchtelingenkinderen hebben een grotere kans op leer- en ontwikkelingsachterstanden. Met name kleine gemeenten, die weinig geld krijgen uit dat potje, zeggen de educatieve opvang niet te kunnen betalen. Om de peuters vroeg- en voorschoolse educatie te bieden, is een kleine 6 miljoen euro nodig, schat Sardes. Asielzoekerspeuters staan niet ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, waardoor gemeenten geen extra geld krijgen, bijvoorbeeld vanuit het potje voor onderwijsachterstanden. Bovendien is de peuteropvang duur, doordat de ouders geen eigen bijdrage kunnen betalen en de in- en uitstroom hoog is. ,,Gemeenten weten niet waar de kinderen uiteindelijk naar school gaan en of ze in Nederland blijven. Dat maakt het lastig,'' voegt Paulien Muller, onderzoeker bij Sardes, toe.


Voor de gemeente Tytsjerksteradiel speelde dat niet. In de gezinsopvang in Burgum zitten asielzoekerspeuters die terug moeten naar het land van herkomst. Desondanks mogen ze allemaal twee dagdelen per week naar de opvang. Het COA zorgt voor ruimte, de gemeente betaalt 40.000 euro voor de betaling van de leidsters. ,,Met vrijwilligers erbij houden we de opvang betaalbaar,'' verklaart wethouder Doeke Fokkema. ,,Wij vinden dat al onze inwoners het recht hebben op een rijke leer- en leefomgeving, ongeacht hun achtergrond.''

 

Nederlands

In die peuteropvang geldt één belangrijke regel: de leidsters spreken maar één taal, Nederlands. Al moet het met handen en voeten, de peuters (en hun ouders) moeten zich de Nederlandse taal eigen maken. ,,In de centra spreken ze zoveel verschillende talen. Die kinderen leren van alles een beetje,'' zegt Foekje Veldhuis, manager bij kinderopvangorganisatie Kinderwoud.

 

Bekijk hier het interview van Omrop Fryslân met Foekje Veldhuis

De MOgroep vindt dat het Rijk meer geld moet uittrekken om alle peuters professionele opvang te kunnen bieden. ,,Het hangt nu zo af van de politieke en financiële positie van een gemeente,'' constateert beleidsadviseur Eline Kolijn.

 

Bron: Algemeen Dagblad, ad.nl 23 februari 2016